Nigel Coates
Nigel Coates studeerde architectuur van 1972 tot 1974 aan de Architectural Association in Londen waar hij zelf les zou gaan geven van 1979 tot 1989.
NATO (Narrative Architecture Today) werd in 1983 opgericht door Coates en enkele van zijn studenten aan de AA. NATO zette zich in voor de regeneratie van verlaten gebieden in Londen. Coates was redacteur van het eerste tijdschrift ervan.
In 1985 richtte hij samen met Doug Branson (1951) 'Branson Coates Architects' op. Sindsdien heeft hij gewerkt aan winkels voor jasper Coman (1986), Katherine Hamnett (1988) en jigsaw (vanaf 1993). Ook neemt hij de tentoonstellingen 'Erotic Design Exhibition' in het Design Museum in Londen (1997), 'Powerhouse UK' in Londen (1998) en een nieuwe galerie van het Geffrye Museum in Londen (1998) onder handen. Coates ontwierp daarna het Engelse paviljoen voor de Expo '98 in Lissabon, de Body Zone in Londen's Millennium Dome, en het ongelukkige National Centre for Popular Music in Sheffield, dat opende in 1999 en een jaar later alweer sloot. Ook heeft hij veel architectuurprojecten in japan ondernomen.
Naast zijn architectuur- en interieurontwerpen produceert Coates opmerkelijke meubelontwerpen, zoals de kruk Genie (1988), de Noah-collectie (1988), de stoel Tongue (1989) en de Gallo-collectie (1989) voor SCP en Poltronova, alsook vazen voor Alessi (1990) en in 1994 etalagepoppen voor Stockman.
In 1995 werd Coates benoemd tot hoogleraar architectonisch ontwerpen aan het Royal College of Art in Londen.
!